Enkele cijfers
In totaal werden er meer dan 7000 vondelingen opgetekend, het overgrote deel in de vondelingencollectie en enkele in de registers van de Verlaten Kinderen en van de Bestede Kinderen. Na de inventarisatie hebben we een aantal interessante gegevens uit de statistieken kunnen halen.

In de eerste plaats zijn we nagegaan hoeveel er per jaar geregistreerd werden.

We zien duidelijk dat er, na een eerste toename in de Franse tijd, een sterke stijging is met enkele uitschieters. Deze uitschieters komen overeen met de crisisjaren tengevolge van epidemieën en misoogsten (bv. de cholera-epidemie in 1832). Een vergelijking met het geboortecijfer in Gent is weinig zinvol: uit later onderzoek bleek dat de vondelingen niet alleen uit Gent, maar ook uit de wijde omgeving kwamen.

Nadat de Rolle dicht was, daalde het vondelingenaantal spectaculair. We weten dat de armoede wat verminderde (verhogen van het welvaartspeil is o.i. een eufemisme), maar op zich is dit een onvoldoende verklaring. Wat gebeurde van dan af met ongewenste kinderen? In de registers vonden we daar vanzelfsprekend geen antwoord op.

We stelden ook vast dat 25 % van de gevonden kinderen pasgeboren waren. Bijna 75 % van de vondelingen waren jonger dan 14 dagen. Na de piek van de pasgeborenen hebben we een dalende lijn en daarna een vlakke lijn met pieken op 14, 30, 60 en 90 dagen. Dit zou kunnen wijzen op het emotioneel gedrag van de moeder (“ik hou het een week bij of een maand”), maar meer waarschijnlijk komt dit door de manier van noteren door de ambtenaar (het kind is zoveel dagen, zoveel weken, zoveel maanden oud). Ieder kiest maar zijn favoriete theorie.

Tenslotte zijn we nagegaan, in functie van het vindjaar, hoeveel procent van de vondelingen overleden voor ze 1 maand, 1 jaar of 14 jaar oud werden.

Uit de literatuur blijkt dat in de 18e en 19e eeuw de kindersterfte 20 % tot 40 % bedroeg (afhankelijk van de inkomensgroep en van periodes van epidemieën). Bij het inventariseren was ons al opgevallen dat er soms hele reeksen van bladzijden met slechts korte levenslopen voorkwamen. Nu zien we dat in bepaalde jaren de vondelingsterfte tot 80 % kon bedragen!

Meer dan de helft van de vondelingen kreeg een herkenningsteken of een biljet mee. De tekens waren een kruisje, een medaillon, een halve speelkaart of een heiligenbeeldje, maar ook dikwijls een lapje goed of een stukje behangpapier. De waardevolle voorwerpen werden in een doos in het vondelingenmagazijn bijgehouden. We hebben geen idee waar dit terecht gekomen is.

De biljetten waren meestal korte mededelingen met de naam van het kind en de vermelding of het al of niet gedoopt was.

Uitzonderlijk vinden we ook langere epistels waarin de moeder het Bestuur smeekt goed voor haar kind te zorgen en de hoop uitspreekt het terug te kunnen komen ophalen.

Soms staat er expliciet de naam van de moeder bij. Enkele keren is duidelijk dat het briefje geschreven is door de vroedvrouw. Zo staat er dan in enkele van die briefjes “met consent van de moeder”.

Een klein gedeelte van de vondelingen werden door hun familie later terug opgehaald. Soms is dan de andere helft van het herkenningsteken als bewijsstuk in het register gekleefd, we kunnen veronderstellen dat in dat geval de moeder zelf haar kind is komen ophalen. Enkele moeders die hun kind kwamen ophalen, moesten horen dat hun kind ondertussen overleden was (69 maal). Ondanks de korte ambtelijke notering en de anderhalve eeuw die tussen de feiten en de huidige lezer ligt, blijven het schrijnende verhalen.

Er waren 355 vondelingen die met hun familie herenigd werden, 329 daarvan werden door de moeders opgehaald, 6 door beide ouders en 10 door de vader. De andere 10 werden door grootouders of tantes opgehaald.

Vanaf de jaren 1850 is het duidelijk dat er actief gezocht werd naar de moeders (proces verbalen van de commissaris zijn dan toegevoegd). Het is niet zeker dat de hereniging dan altijd met de wil van de moeder gebeurde.

Doordat soms genoteerd werd waar de moeder woonde, kunnen we ook vaststellen dat de vondelingen niet alleen uit Gent kwamen, maar dikwijls uit de wijde omgeving, tot uit Antwerpen en Lille.